Gratis Kittens

Kat trainen als ze nog jong zijn: zo leg je de basis voor een lieve, zelfverzekerde kat

16 februari 2026 Cole Correia

Een jonge kat trainen klinkt misschien “overdreven”, maar het is eigenlijk gewoon: goede gewoontes aanleren voordat slechte gewoontes ontstaan. Kittens leren supersnel. Als je het in de eerste maanden goed aanpakt, krijg je later veel minder gedoe met krabben, bijten, plassen buiten de bak of stress bij bezoek en dierenarts.

Hier is een praktische gids die je meteen kunt toepassen.


1) Wanneer begin je met trainen?

Vanaf dag 1. Niet met “commando’s” zoals bij honden, maar met routines en grenzen. Kittens vormen in de eerste weken en maanden hun idee van: wat is veilig, wat levert iets op, wat mag wel/niet.

Denk aan:

  • Waar slapen we?
  • Waar krabben we?
  • Waar spelen we?
  • Waar eten we?
  • Waar is de kattenbak?

Consistentie = training.


2) De gouden regel: beloon wat je wél wil zien

Katten werken bijna alleen goed met positieve bekrachtiging:

  • Snoepje
  • Aai/knuffel (als je kitten dat fijn vindt)
  • Speelmoment
  • Rustige stem (“goed zo”)

Straffen werkt meestal averechts. Schreeuwen, in de nekvel grijpen, neus in ongelukjes duwen… dat maakt je kitten vooral onzeker of bang. En een bange kat leert minder, of leert vooral jou te vermijden.


3) Kattenbak-training (meestal makkelijk, maar dit zijn de valkuilen)

De meeste kittens snappen de kattenbak vanzelf, maar als het misgaat, ligt het vaak hieraan:

Doen:

  • Zet de bak op een rustige plek (niet naast wasmachine of drukke doorgang).
  • Schep dagelijks.
  • Kies een vulling die niet te heftig ruikt.
  • Zorg dat de rand niet te hoog is voor kleine kittens.

Tip: zie je je kitten ineens zoeken/snuffelen en rondjes draaien? Zet hem/haar zachtjes in de bak. Klaar.


4) Bijten en “wild spelen” afleren zonder drama

Kittens bijten tijdens het spelen. Dat is normaal. Maar jij wil niet dat het later blijft.

Zo corrigeer je goed:

  1. Bijt je kitten in je hand/voet? Stop direct met bewegen.
  2. Zeg kort “au” of “nee” (rustig, niet schreeuwen).
  3. Geef meteen een speeltje (hengel, muisje) als alternatief.
  4. Speel elke dag actief: 2–3 keer 10 minuten is vaak al genoeg.

Belangrijk: nooit met je handen “worstelen” met je kitten. Dan leer je: handen = prooi.


5) Krabben op meubels voorkomen (door het makkelijk te maken)

Je kitten krabt niet om je te pesten. Krabben is:

  • Nagels onderhouden
  • Spieren strekken
  • Geur afzetten (“dit is mijn plek”)

Zo win je dit spel:

  • Zet minimaal 1 krabpaal per verdieping (en liefst eentje in de buurt van de bank).
  • Kies een krabpaal die stabiel is. Wiebelende palen worden genegeerd.
  • Beloon zodra je kitten de krabpaal gebruikt.

Als je kitten toch aan de bank krabt:

  • Til rustig weg (geen boosheid),
  • Zet bij de krabpaal,
  • Beloon zodra er daar gekrabd wordt.

6) Wennen aan aanraken (dit betaalt zich later keihard terug)

Veel problemen bij dierenarts of trimmen komen omdat katten niet gewend zijn aan:

  • pootjes aanraken
  • oren bekijken
  • mondje kort checken
  • borstelen
  • nagels knippen

Mini-training (1 minuut per dag):

  • Raak pootje aan → beloon.
  • Raak nageltje aan → beloon.
  • Borsteltje 2 streken → beloon.
  • Even in transportmand → beloon.

Hou het kort en positief. Stop vóór je kitten er klaar mee is.


7) Socialisatie: mensen, geluiden, bezoek en andere dieren

Een zelfverzekerde kat bouw je door gecontroleerde, rustige blootstelling.

Ideeën:

  • Speel zachte geluiden af (stofzuiger op afstand, deurbel, verkeer).
  • Laat je kitten snuffelen aan jas/schoenen van bezoek.
  • Nodig af en toe 1 rustige gast uit (geen kinderfeestjes).
  • Als er een andere kat/hond is: langzaam opbouwen met aparte ruimtes en geur-uitwisseling.

Tip: laat je kitten altijd een “vluchtplek” hebben (hoge plank, kattenboom, rustige kamer).


8) Simpele “commando’s” die wél werken bij katten

Ja, je kunt een kat trainen. Zeker een jonge.

Begin met:

  • Naam = aandacht: zeg naam → beloon als je kitten je aankijkt.
  • Kom (met snoepje): lok 1 meter → beloon.
  • Mand/plek: voer af en toe snoepjes op een vaste plek.

Train 1–2 minuten. Katten hebben korte focus, dus hou het licht.


9) Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

Fout 1: te weinig spelen
Dan gaat je kitten zelf “jagen” op handen, voeten, gordijnen.

Fout 2: geen duidelijke krabplek
Dan kiest je kitten jouw bank. Logisch.

Fout 3: straffen
Je krijgt angst, stress en soms agressie terug.

Fout 4: te snel willen gaan
Train super klein. 1 stap per keer.


Conclusie: jonge katten trainen is vooral slim opvoeden

Als je kitten zich veilig voelt, genoeg speelt en duidelijke alternatieven krijgt (krabpaal, speeltjes, vaste plekken), dan “train” je bijna automatisch een fijne huiskat.

Wil je dat ik hier ook een korte checklist van maak die je onderaan de blog kunt zetten (met “printbaar” lijstje stijl)?